Hoe een verkennend onderzoekje naar de historie van onze boerderij kon uitmonden in een site over onze boerderij en de ons omringende boerderijen!
 
Het begon ermee dat mijn vrouw en ik graag in Friesland wilden gaan wonen en dan het liefst op een oude vervallen boerderij op zo'n polletje met bomen ergens achterin het veld. Onze wens werd verhoord.
We vonden in Oosterend, of Easterein zoals wij goed ingeburgerde westerlingen moeten zeggen, de boerderij die aan onze wensen voldeed. Er had een kluizenaarsfamilie gewoond met als laatste van drie generaties bewoners; Lolke van 't Zet. De opschaling van de landbouw, met nieuwe stallen en ingrijpende verbouwingen, was aan deze pleats voorbij gegaan. Lolke woonde hier lange tijd alleen met zijn moeder en leefde wat buiten de wereld.
 
Als je dit plekje ziet dan begrijp je dat ook wel. Wij zijn hier zelf ook net kluizenaars. De eerste buurman ligt op 700 meter afstand en om ons heen ligt het land van Natuurmonumenten. Vogeltjes land zoals het in het fries heet. Het is een open grasland met grondruggetjes en slootjes die al vele honderden jaren nagenoeg ongewijzigd in het land liggen. Een vogel-weide beheersgebied dat de sfeer van weleer uitstraalt. De bomen rond ons erf ruisen in de wind en 's zomers vliegen de hele dag door luid roepende vogels; kivieten, scholeksters, tureluurs, meeuwen, grutto's, valkjes en buizerds hoog over onze pol. 's Nachts golft in het voorjaar de roep van de kikkers door de sloten, schreeuwen de scholeksters (wanneer slapen die eigenlijk), en krijsen de uilen die bij ons in de kap wonen. Vier jongen hadden we weer dit jaar en waarschijnlijk komt er nog een tweede leg.
Dat ruisen en die vogelroep heeft iets nostalgisch en dat is het ook natuurlijk. Dit is het geluid dat al eindeloos lang, eeuwen lang, in dit gebied te horen is geweest. Dit is het geluid dat ook de eerste bewoners van deze gebieden hoorden. Honderden jaren voor de jaartelling. Het enige wat er mist en wat die eerste inwoners wel hoorden is het geluid van water, stromend water en in tijden bruisend en bulderend water.
 
Die eerste mensen die hier kwamen zagen hier, zo stel ik me voor, een land van kwelders en slenken met wat hogere grondruggen en lagere uitstroom geulen. Door de slib- en zand afzettingen en het daarmee hoger worden van de gronden trok de zee zich geleidelijk terug maar bij hoog water, of storm overstroomden ook deze al wat hogere gronden weer opnieuw.  
Echt bewoonbaar en veilig was dit gebied dus niet maar wel uiterst vruchtbaar.
Die eerste bezoekers zullen in het begin hoofdzakelijk in de zomer, buiten het stormseizoen, hier geweest zijn met een eerste bewoning op de hogere grond/zand ruggen.
 
En dan ligt het voor de hand dat je je woonplekje gaat verhogen om het hele jaar rond droge voeten te kunnen houden. Het begin van de terpen is daarmee een feit. Overal in dit gebied verschenen terpen. Hoger liggende polletjes met bewoning.
 
En zo'n polletje hebben wij dus ook. Inmiddels is de terp voor het huis afgegraven en staat de boerderij op een huiswier aan de rand van het oude terplichaam maar de vorm van de terp is duidelijk herkenbaar en de plek is oud. Tige oud.
 
En tige oud was ook deze boerderij gebouwd in 1785. Tige oud en wrak. De kluizenaarsfamilie had er niets meer aan gedaan, maar er dus ook niets aan veranderd of weggehaald. Alles was wrak maar het was er wel. Bedsteden, schotten, vloeren. Als je wilde weten of het regende hoefde je alleen maar in de kap te gaan staan want daar regende het zeker zo hard als buiten. Trouwens binnen tikte het ook. Overal stonden pannen en emmers en tonnen om het water op te vangen.
Schimmel in de muren en overal die muffe lucht. Door de verzakkingen bolstaande vloeren en gescheurde muren.
Klei is uiterst vruchtbaar maar niet geweldig om een stenen gebouw op te zetten.
Maar ja, liefde is blind en wij vonden het allemaal prachtig. Buiten zijn in de natuur, de vogels, de vergezichten, de wind en onze rustieke bouwval. Heerlijke jaren.
 
We zijn de boel gaan opknappen en zo al doende, wisten wij veel, merkten we toch wel dat het hier vroeger heel mooi was geweest. Het was vroeger een rijk gebied. De boerderij heeft zware binten, en mooie tegelwanden en vloeren. Prachtige stallen met zelfs estrikken in de gruppe en overal degelijk uitgevoerd timmerwerk. Prachtig timmerwerk. Het dak van de stal was wel slecht maar het bint stond fier overeind. Onze boerderij was een kwaliteits dame in deplorabele staat. We hoefden haar alleen maar op te knappen en de dame kwam weer te voorschijn.
 
En een geschiedenis dat ze had!
We ontdekten dat de kluizenaars familie voor ons haar had gekocht rond 1920 van het St. Anthony Gasthuis in Bolsward.
En dit Gasthuis heeft een buitengewoon compleet archief. Met toestemming van de voogden en met hulp van de Guardiaan Berend Zienghs van het Gasthuis mochten we in het archief onderzoek doen. Het Anthonie Gasthuis had onze boerderij in fasen gekocht tussen 1721 en 1756. Uit het archief kwam een nagenoeg compleet verhaal over onze boerderij naar voren. We vonden alle huurcontracten vanaf 1721, de onderhouds rekeningen, de afrekening van de grote herbouw in 1785. De verbouw tekeningen uit 1884. En de verslagen van de vergaderingen van de voogden zelf.
Er was zelfs nog de correspondentie tussen de boeren / huurders en de voogden. Zo vraagt een boer rond 1860 aan de voogden of het huurcontract verlengd kan worden want "we wille so graag blijfe" geschreven in kriebelschrift op een kladje.
Ook vermeldt boer Terpstra in 1883 dat er weer 600 pannen van het dak zijn gewaaid en besluiten de heren voogden aansluitend om de boerderij te renoveren.
 
In 2004 was er in cafe Bergsma in Oosterend de presentatie van het boerderijen boek Hennaarderadeel van D. J. van der Meer. In dit boek geeft van der Meer een ruim omschreven index van de vermeldingen van de boerderijen en familie verbanden van de twaalf dorpen van de grietenij Hennaarderadeell zoals hij die vond in de archieven van het Tresoar in Leeuwarden. De periode die hij behandelt in zijn boek loopt ruwweg van1511 tot 1698. Een prachtboek.
Onze boerderij kwam er ook in voor en dus ben ik naar het Tresoar gegaan om eens te zien hoe zo'n acte zoals van der Meer die vermeldde in zijn boek, er nou uitziet. De originelen kreeg ik niet de zien maar er waren wel micro fiches.
Daar heb ik kopieŽn van gemaakt. Tja en wat dan? Dan heb je zo'n acte maar die is op een enkel woordje na totaal onleesbaar.
 
Daar hield de zoektocht voorlopig even op. Eerst maar eens wat aan dat dak doen en zien dat we uit de tocht en schimmel komen. Maar ja,de belangstelling is gewekt en die blijft knagen. Onder elke steen die we hier omdraaiden kwam wel weer een historisch feit of verhaal te voorschijn. Wat wil je......
 
In oktober 2009 werd hier een stuk van de weg vernieuwd en met de mobiele kraan was het puin dat onder de oude weg tevoorschijn kwam in bergen opzij gestort. Ik stond met de kraanmachinist te praten toen ik op mijn schouder getikt werd.
Achter mij stond Marten de Boer, iemand die ik al kende van een eerdere Open Boerderijen Dag. We raakten aan de praat en terloops merkte hij op: weet je wel wat hier ligt? Hij wees naar het puin van de oude weg.
Er lagen heel veel ronde stenen met kalkresten maar ik had er geen aandacht aan besteed. Ik heb ook geen verstand van stenen en dergelijke. Maar Marten wel! Hij wees ons erop dat het puin grotendeels bestond uit bolstenen en tufsteenresten die gezamelijk wezen op een herkomst als het kistwerk van een oude kerk. Mijn belangstelling voor de historie sluimerde al weer enige jaren maar vlamde in een keer weer op. Een kerk Marten? Er liggen hier resten van een oude kerk? Hoe gek kan het wezen?
 
Marten was net bezig met een aantal Hennaarders om een project op te zetten rond de opening van de nieuwe brug in Hennaard. Wij wonen recht achter Hennaard. Dat kerkepuin en het project in Hennaard zette mij weer op het spoor van onderzoek. Opnieuw ging ik naar het archief in Bolsward om nog uitputtender door de stukken te gaan en nu ook om overal kopieŽn van te maken. Meer dan 1000 werden het er. Allemaal over deze boerderij. En daaronder ook het vehaal van het puin. Het bleek, en volgens mij niet toevallig, dat toen de kerk in Hennaard werd afgebroken in 1863 en het puin in de krant  te koop werd aangeboden, een maand later een paar bewoners hier bij ons op het skrok, zoals het nu heet, een bijdrage vroegen aan de voogden van het St. Anthony Gasthuis in de kosten van het verharden van de weg naar Oosterend.
Het ligt dus voor de hand aan te nemen dat het puin in onze weg van de kerk in Hennaard komt.
Ik zei toch al dat er onder iedere steen een verhaal uit komt!
 
Als onderdeel van het Project in Hennaard gaf Philippus Breuker een lezing. Hij is een groot kenner van de landschapsontwikkeling en historie van deze gebieden en bovendien en ondermeer specialist in het lezen van oude geschriften. Hij bood aan een van de door mij eerder gekopieerde acten te transcriberen. Het was een inboedellijst uit het weesboek van 1598 van deze boerderij. Ik vond het heel erg leuk en ik kreeg mijn eerste lessen transcriberen van hem.
 
Dit voorjaar, het is nu september 2010, ben ik bergen acten gaan kopieŽren in het Tresoar en uit gaan schrijven. Deze boerderij was, voor het gasthuis dus voor 1700, eeuwen lang het bezit van de familie van Eijsinga geweest en wordt vernoemd in heel wat testamenten van de van Eijsinga familie. Dat was een mooie en nuttige oefenstof om te leren transcriberen.
 
Voor heel veel van de oude acten had ik steeds weer die micro fisches nodig en die zijn moeilijk toegankelijk. Vaak zijn ze bewogen of vaag en met veel textverlies. Een boek leest heel wat gemakkelijker, maar de originele boeken krijg je over het algemeen niet meer te zien. Die zijn veel te kwetsbaar. Van de Meer werkte vroeger nog wel uit de originele boeken maar dat is, terecht, voorbij.
Ik heb o.a. een computer achtergrond en ik vond die ouderwetse fiches maar een gedoe. Op een dag ergens in mei afgelopen voorjaar, 2010, heb ik contact opgnomen met de IT afdeling van het Tresoar met de vraag of ik de oude boeken niet mocht digitaliseren. Ik viel met mijn neus in de boter. Het bleek dat de FAF, een vrijwilligers organisatie die zich bezig houdt met het toegankelijk maken van openbare archieven in friesland, net een opstelling had gemaakt om met een hoge resolutie camera de boeken uit o.a. de nedergerechten te digitaliseren. Dit zijn de boeken waar ook de meeste vermeldingen in het boek van van der Meer uit afkomstig zijn. Ik was van harte welkom om de boeken uit de nedergerechten van Hennaarderadeel met behulp vandeze organisatie en onder leiding van Tjerk Tichelaar te digitaliseren.
 
Zo gezegd zo gedaan. Een paar weken later kon ik al aan de slag. In een aantal weken had ik de 75 betreffende boeken gedigitaliseerd. Een pijnlijke duim van de 20.000! foto's die ik maakte en schele ogen van de flitsen. Maar het was klaar!!
Hennaarderadeel was gedigitaliseerd en toegankelijk. Ik mocht een kopie van de bestanden voor mijzelf meenemen en zo kon ik mijn onderzoek thuis verder zetten.
 
Ik heb mijn belangstelling toegespitst op de boerderijen van Skrok en op die van Hennaard en op de familie Roorda van mijn buurboerderij Sassinga en nog een paar boerderijen die dit gebied insluiten zoals Stirtens of van oud Sassinga - Roorda goed zoals de Etenser Saete in Itens (toevallig o.a. van Marten de Boer). Al met al een vijfentwintigtal boerderijen. Ik heb een groot breed scherm voor me staan en de acten zijn hierop goed leesbaar. Geen textverlies behalve waar de boeken beschadigd zijn en nu werk ik lekker thuis met een bak koffie erbij.
 
De boeken bestaan niet alleen uit de actes en vermeldingen die erin staan zelf maar er is ook erg veel meta-data die naar voren komt als je alles achter elkaar doorleest, doorwerkt. Zelfs de boeken met de totaal vergane randen en beduimelde hoekjes, en de enorme waterschade in veel boeken vertellen hun eigen verhaal.
Anecdotes uit de gerechtboeken, de gekaligrafeerde pagina van het overlijden van Bocco van Burmania. Alle verschillende typen van handschriften. De ontwikkeling van het schrift zelf, De ontwikkeling van de actes van eenvoudige vermeldingen  tot standaardformules die ontwikkelen tot complete acte's met eindeloze juridische temen in het latijn. Het verwerven van gronden door de adel en later weer het afstoten. enz enz.
 
Waarom dan deze site als D. J. van der Meer er al een heel boek over heeft geschreven?
Van der Meer geeft in zijn "Boerderijenboek Hennaerderadeel" de vermeldingen van de boerderijen weer met een korte aanduiding van de inhoud van deze vermeldingen. Hij heeft een ongelooflijk omvangrijk werk verzet. Hij behandelt namelijk heel Hennaarderadeel. In het Tresoar bestaat een wand van het archief alleen al uit de schriftjes waarin van der Meer zijn aantekeningen maakte.
Ik wil me daarentegen toespitsen op de boerderijen die ik al eerder noemde maar dan wel zoveel mogelijk acten en vermeldingen volledig transcriberen.
Die boerderijen hier zijn eigenlijk allemaal van die oude pollen, of de latere ontwikkelingen daar uit, die voortgekomen zijn uit die eerste terpen. Ik neem dus ook boerderijen op die er al niet meer zijn maar wel in dit gebied van oudsher hebben gelegen.
Er is een doorgaand verhaal te vertellen van de eerste terpvorming tot nu, maar ik richt me op de tijd van de eerste schriftelijke verslaglegging tot ongeveer 1800 met accent op de 16e en 17e eeuw.
 
Het doel is het toegankelijk maken van een stuk cultuur historie. Ik ben een amateur die hier met veel plezier aan werkt. Er zullen beslist fouten in de transcripties zitten. Ik sta open voor verbeteringen en suggesties. Daar zou ik erg dankbaar voor zijn. Heeft u nog aanvullingen? Dan zal ik die graag opnemen.
 
Paul Borghaerts